
Toen ik wakker werd op de IC had ik niet meer de hoop dat het goed met mij ging komen. Ik kon werkelijk niets meer na tien dagen coma maar na een maand mocht ik toch naar huis. Ik vroeg mij af waarom ik nog in leven was. Ik strompelde achter een rollator met een luierbroekje aan en kon mezelf niet verzorgen. Mijn haar viel uit en mijn huid liet los, wat een onzekere tijd en wat moet je knokken om er weer een beetje bovenop te komen.
Gelukkig kreeg ik hulp van een fysiotherapeut, een logopediste en ergotherapeut, zulke lieve mensen. Toch is alles veranderd, ik ben anders, beschadigd maar ook meer bewust van mijn kwetsbaarheid. Mijn zicht is veranderd omdat ik uitval heb in beide ogen, ik verstap mij vaak en als ik moe ben nog vaker en ik ben vaak ontzettend moe. Ik slik nu ook meer medicatie dan voor mijn sepsis, wat doet dat met een mens, ben ik daardoor misschien wat vaker duizelig en misselijk, ik weet het niet.
Een arts zie ik niet meer, het gaat goed volgens hun. Behalve de oogarts, die wil mij wel in de gaten houden. Op de IC krijg je geen rust, ik had nog nooit zoveel verplegend personeel en artsen gezien. Zodra je ontslagen bent is dat weg en moet je huisarts zich er maar mee redden. Je wordt een soort onzichtbaar ziek en dat is moeilijk. Je hebt het gevoel dat je dat uit moet leggen. Je grenzen aangeven, hoe moeilijk dat ook is aan mensen die je met andere ogen zien, de buitenkant is immers prima en het is ook moeilijk in te schatten omdat ik vaak zelf constant over grenzen ga omdat ik toch nog wel een soort vechtlust heb. Onzichtbaar ziek behalve voor de mensen die mij het meest dierbaar zijn en die mij bijna kwijt waren, mijn gezin."
-Cora Matthijs, opgetekend 28 februari 2026. Dank jeCora Matthijs voor je openhartige verhaal!

Altijd op de hoogte